Rasstandaard

STANDAARD RASBESCHRIJVING OUESSANT

De standaard rasbeschrijving van het schapenras ”OUESSANT” vastgesteld tijdens de algemene vergadering van de Groupement des Eleveurs de Moutons d’ Ouessant, gehouden op 5 december 1981 en aangepast door de algemene ledenvergaderingen van onze vereniging gehouden op 16 november 1991, (14 april 2016 en 13 april 2019)
Bij de wederzijdse erkenning van 28 november 1995 heeft de F.O.S. zich gecommitteerd aan deze rasbeschrijving.

1. Kop:
Fijn en regelmatig, met horens bij de rammen.
Het voorhoofd en het neusbeen vormen een doorlopende lijn.
Een licht gebogen neusbeen bij de ram.
Oog: Glinsterend en met een levendige blik, de ogen puilen iets uit.
Oor: Fijn, klein, kort, beweeglijk, ze hebben de neiging rechtop te staan.
Hoorn: donker voor de zwarte en bruine schapen, licht voor de witte schapen; de doorsnede is driehoekig; sterk gekruld in een enkele spiraal met een grote doorsnede en een goede afstand van de kop.
Gebit: de gebitten van 3-jarige dieren moeten volledig zijn en zes aaneengesloten tanden hebben. (2016)
2. Hals.
Rond, droog zonder kossem (een kraag) bij de rammen.
3. Romp:
Schoft en schouders goed aangesloten aan de middenhand.
Van opzij gezien een rechthoekig aanzicht.
4. Rug:
De bovenlijn is recht; vanaf de schoft tot aan het begin van de staart.
5. Bekken en kruis:
Ruim, met licht afhangend kruis, van achter gezien dakvormig.
6. Ledematen:
Fijn, van gemiddelde lengte, goed evenwicht en goed uitgebalanceerd. Donkere hoeven bij de zwarte en de bruine schapen en lichte hoeven bij de witte schapen.
7. Maximale schofthoogte:
Volwassen rammen, minimaal 3 jaar:  49 cm.
Volwassen ooien, minimaal 3 jaar        46 cm.
8. Minimale schofthoogte:
Volwassen rammen, minimaal 3 jaar:  45 cm
Volwassen ooien, minimaal 3 jaar:       42 cm
9. Kleur:
Alle kleuren moeten uniform zijn (geen kleurverschillen in de vacht); zwart,
wit, bruin en grijs. Een Ouessant hoort geen vlekken in de vacht te hebben of meer-
kleurig te zijn.
Bij zwarte schapen zie je in de vacht regelmatig bruinverkleuringen.
Witte dieren hebben regelmatig bij de geboorte een bruine nekvlek, een bruinige staart of bruin op de poten. Dit is toegestaan
10. Wol:
De vacht bedekt de kruin, een deel van de wangen, de romp is ermee bekleed tot aan de knieën en de knieholte.
Kleur: zwart, wit, bruin of grijs.
De pigmentatie moet over de gehele vacht gelijkmatig zijn.
Textuur: de vacht is half dicht en goed vol, de vezels zijn 8 tot 10 cm lang na een groei van 12 maanden.
Haren en heterotype vezels bezitten een mergkanaal.
Plaatsen aan de hals, vooral bij de ram, aan de nek en onderaan de dijen kunnen van dezelfde kleur zijn als de vacht, maar kunnen ook iets donkerder zijn.
De gemiddelde fijnheid: 27 a 28 micron.
Kwaliteit: om aan te voelen een zeer zachte en erg soepele wol.
Gemiddeld gewicht van de vacht:
rammen: 4.5% van het totaalgewicht van het schaap.
ooien: 4% van het totaalgewicht van het schaap.

Opmerkingen.

a. Soms worden bij ooien kleine hoornpuntjes (heuveltjes) geconstateerd, zonder benige as. Bij de hedendaagse waarnemingen mag dit niet gezien worden als ras- onzuiverheid.
Zichtbare en/of voelbare hoornpuntjes door de huid heen bij ooien zijn niet gewenst en bij de beoordeling resulteert dit in een lagere beoordelingsklasse. (2019)

b. Aanwezigheid van een huidplooi onder aan de keel (lelletjes) wordt aan de fokkers overgelaten.

c. Tweelinggeboortes zijn zeldzaam.

Redenen voor diskwalificatie:
– Een te grote schofthoogte
– Een onevenredige bouw
– Te grof beenwerk
– Onvolledig gebit
– Slechte hoeven
– Voor de rammen horens, die asymmetrisch zijn, niet goed ontwikkelde horens, horens, die te strak tegen de kop staan of juist weer te wijd van de kop afstaan.
– Helemaal geen horens.
– Te lange staart, te grote oren, een ramsneus bij de ooien of een te sterke ramsneus bij rammen.

Redenen voor diskwalificatie betreffende de vacht:
– Een vacht die afwijkt van de voornoemde standaard.
– Meerdere kleurschakeringen in de vacht, vlekken in de vacht.
– Een vacht met kale plekken, een vervilte vacht.
– Gebrekkige wolbedekking van het schaap, gebrekkige dichtheid van de wol en te korte haren.