Scheren en bekappen

Bedenk dat het scheren voor een schaap geen pretje is. Je moet dus scheren op een voor het schaap gunstig tijdstip. Bovendien het liefst met een lege maag om de zgn. scheerziekte te voorkomen: rolt het dier op zijn rug dan kunnen de darmen verdraaien en afgekneld raken, evenals de bloedvaten. De darmgassen kunnen niet meer weg en er ontstaat een sterke bloedstuwing. Dit kan hun dood betekenen. Hok ze daartoe een dag van tevoren op en geef ze niets te eten – je kunt ze dan ook gemakkelijk pakken.
Tip: ga nooit achter de dieren aan rennen om ze te vangen. Lok ze met voer en sluit de deur achter ze. Hoe rustiger de scheerder, des te rustiger is het schaap.

6_scheren

Het gereedschap

– het schapenscheerapparaat
controleren of alle onderdelen goed zitten, de “scherpe” messen erop zetten en zorgen dat het bovenstuk iets meer naar binnen staat dan het ondermes, zodat je minder snel het schaap verwondt. Een schapenscheerapparaat heeft aan de bovenkant vier en aan de onderkant dertien tanden (veescheerapparaten hebben aan zowel de boven- als aan de onderkant evenveel –ongeveer 18 tanden);
– olie om het scheerapparaat mee te smeren;
– een schaar voor het bijknippen;
– jodium om de eventuele wondjes mee te behandelen;
– een scherp mes (bv. een bekapmesje of een stanleymes ) om de hoefjes mee te bekappen; eventueel kan dat ook met  een scherpe knijptang;
– enkele verlengsnoeren (indien nodig):
– een paar borsteltjes om de messen schoon te poetsen of een bakje heet sop waarin de messen schoongespoeld kunnen worden;
Sommige fokkers gebruiken een hondentondeuse voor het bijscheren van de pootjes, de staart of om andere oneffenheden weg te scheren.

Het tijdstip

De beste tijd is half juli: scheer je voor die tijd dan is het een heidens karwei omdat de vacht nog erg vast zit en het vet in de vacht door de kou nog erg stug is. Overwegingen om een schaap eerder te scheren kunnen de weersomstandigheden zijn, maar ook het extreem loslaten van de vacht of de aanwezigheid/dreiging van myiasis (veroorzaakt door vliegen die bij voorkeur in de wol rond de staart hun eieren afzetten, die tot maden uitgroeien). Wacht tot de nieuwe vacht onder de oude gaat groeien; je kunt dan als het ware tussen de oude en de nieuwe vacht doorscheren. Je kunt ook wachten tot er wat wol vanzelf afvalt – het eerst te zien rond de hals.

Je hoeft geen medelijden te hebben met het dier als het heel warm is: zijn vacht isoleert uitstekend tegen de hitte. Zorg wel dat de schapen voldoende kunnen drinken en verkoeling kunnen zoeken in de schaduw en zeker na het scheren moeten ze in de schaduw kunnen liggen ter voorkoming van huidverbranding.
Tip: scheer een schaap als de wol droog is. Je blijft zelf schoner en droger + de wol plakt dan niet zo en is beter te bewaren.

Het schaap moet stevig worden vastgehouden: het dier moet zich niet of nauwelijks kunnen bewegen. Gebruikte methoden: op een tafel zetten zodat je op de goede hoogte kunt scheren en tevens de rug gespaard wordt, het vast zetten in een soort juk of het schaap tussen de benen klemmen. Bij deze laatste methode zet je het dier op zijn kont en klem je het tussen de benen. Met de ene hand pak je de kop beet en met het andere begin je de nek uit te scheren. Is de hals en nek uitgeschoren tot aan de voorpoten dan kan het schaap op zijn vier poten gezet worden, kop tussen de benen klemmen en scheer je de rug en zijkanten. Natuurlijk zijn er meer wegen die naar Rome leiden.

De manier van scheren

Voordat je gaat scheren voel je of er in de hals ook lelletjes zitten. Ze gaan enorm bloeden als ze weggeschoren worden, behalve dat het vervelend is kan het geen kwaad. Je begint bij de kop te scheren omdat de wol vaak als eerste loslaat rondom de nek en je scheert altijd van voor naar achter. Eerst een stukje over de rug naar achteren en dan langs de zijkanten naar beneden. Je maakt eerst de voorpoten vrij en zo iedere keer een stukje verder. Zorg ervoor dat de vacht heel blijft en rolt hem langzaam naar achteren toe op. Wees voorzichtig met het navelgedeelte: vaak zit er niet veel wol op de buik en kun je het plukje wol er beter afknippen of trekken want het zit vrij los. Als je de buik behandelt, kun je het beste het schaap met de rug tegen je aanleggen. Leg het schaap nooit op zijn rug aangezien dat niet goed is voor de darmen. Let in de omgeving van de edele delen extra goed op dat je niets raakt: het schaap vindt het scheren daar beangstigend en kan onrustig reageren.
Tip 1: trek nooit aan de wol tijdens het scheren want dan ga je heel gemakkelijk door het vel heen en beschadig je het dier.
Tip 2: zorg dat je het scheerapparaat steeds goed schoon houdt door vooral de vetaanslag er af te halen (borstelen of door een sopje met een fijnwasmiddel halen), dan scheert het veel gemakkelijker. Daarna steeds de messen van een paar druppeltjes olie voorzien.
Tip 3: begin met het oudste schaap te scheren omdat diens wol er losser opzit. Bovendien reageren oudere schapen vaak rustiger, gaat het scheren gemakkelijker en zo kom je er zelf weer een beetje in.
Tip 4: geef ze na het scheren wat extra voer, want het opbouwen van een nieuwe vacht opbouwen kost energie.

Het bekappen van de hoeven

Na het scheren kunnen de hoeven bekapt worden. Een tweede bekapbeurt kan het beste net voor het dekseizoen worden gegeven, dus ergens in oktober.
Eerst zand-, poep- en grasresten van de hoef verwijderen, daarna het overtollige vlies aan de achterkant wegsnijden. De nagel bijsnijden en alle losse stukjes nagel verwijderen. Zorg dat je recht snijdt en van beide nagels evenveel, anders loopt het schaap straks scheef. Druk daarna de vetklier, die aan de voorkant boven de tussenklauwspleet ligt, leeg.

Hieronder een kort filmpje: