Rasstandaard

De standaard rasbeschrijving van het schapenras ”OUESSANT” is vastgesteld tijdens de algemene vergadering van de Groupement des Eleveurs de Moutons d’ Ouessant, gehouden op 5 december 1981 en aangepast door de algemene vergadering van die vereniging gehouden 16 november 1991. Bij de wederzijdse erkenning van 28 november 1995 heeft de F.O.S. zich gecommitteerd aan deze rasbeschrijving.5_rasstandaard

Kop.
Fijn en regelmatig, met horens bij de rammen. Het voorhoofd en het neusbeen vormen een doorlopende lijn. Een licht gebogen neusbeen bij de ram.
Oog: glinsterend en met een levendige blik, de ogen puilen iets uit.
Oor: fijn, klein, kort, beweeglijk, ze hebben de neiging rechtop te staan.
Hoorn: donker voor de zwarte en bruine schapen, licht voor de witte schapen; de doorsnede is driehoekig; sterk gekruld in een enkele spiraal met een grote doorsnede en een goede afstand van de kop.zwarte-ram

Hals.
Rond, droog zonder kossem (een halsplooi) bij de rammen.

Romp.
Schoft en schouders goed aangesloten aan de middenhand. Van opzij gezien een rechthoekig aanzicht.

Rug.OLYMPUS DIGITAL CAMERA
De bovenlijn is recht; vanaf de schoft tot aan het begin van de staart.

Bekken en kruis.
Ruim, met licht afhangend kruis, van achter gezien dakvormig.

Ledematen.
Fijn, van gemiddelde lengte, goed evenwicht en goed uitgebalanceerd. Donkere hoeven bij de zwarte en de bruine schapen en lichte hoeven bij de witte schapen.

Maximale schofthoogte.
Volwassen rammen: 49 cm.
Volwassen ooien: 46 cm.

Kleur.
Alle kleuren moeten uniform zijn (geen kleurverschillen in de vacht); zwart, wit en bruin.
Een Ouessant is eenkleurig in de vacht. Een Ouessant hoort geen vlekken in de vacht te hebben of meerkleurig te zijn. Bij zwarte schapen zie je in de vacht regelmatig bruinverkleuringen. Witte dieren hebben regelmatig bij de geboorte een bruine nekvlek, een bruinige staart of bruin op de poten. Dit is toegestaan.

Wol.
De vacht bedekt de kruin, een deel van de wangen, de romp is ermee bekleed tot aan zijn minst de knieën en de knieholte.
Kleur: zwart, bruin, wit. De pigmentatie moet over de gehele vacht gelijkmatig zijn.
Textuur: de vacht is half dicht en goed vol, de vezels zijn 8 tot 10 cm lang na een groei van 12 maanden. Haren en heterotype vezels bezitten een mergkanaal. Plaatsen aan de hals, vooral bij de ram, aan de nek en onderaan de dijen kunnen van dezelfde kleur zijn als de vacht, maar kunnen ook iets donkerder zijn. De gemiddelde fijnheid: 27 a 28 micron.
Kwaliteit: om aan te voelen een zeer zachte en erg soepele wol.
Gemiddeld gewicht van de vacht: bij rammen: 4,5 % van het totaalgewicht van het schaap en bij ooien 4 %.

Redenen voor diskwalificatie:witte ooien
een te grote schofthoogte;
– een onevenredige bouw;
– te grof beenwerk;
– slechte hoeven;
– voor de rammen: horens, die asymmetrisch zijn, niet goed ontwikkelde horens, horens, die te strak tegen de kop staan of juist weer te wijd van de kop afstaan;
– helemaal geen hoorns;
– te lange staart, te grote oren, een ramsneus bij de ooien of een te sterke ramsneus bij de rammen;
– aanwezigheid van huidplooi onder aan de keel.
Reden van diskwalificatie betreffende de vacht:
– een vacht die afwijkt van de voornoemde standaard;
– meerdere kleurschakeringen in de vacht, vlekken in de vacht;
– een vacht met kale plekken, een vervilte vacht;
– gebrekkige wolbedekking van het schaap, gebrekkige dichtheid van de wol en te korte haren.

Bij jonge dieren is het volgende wel toegestaan:
Bij de zwarte en bruine lammeren een witte vlek op de kruin.
Witte dieren hebben regelmatig bij de geboorte een bruine nekvlek, een bruinige staart of bruin op de poten. Deze vlekken worden minder naarmate de lammeren ouder worden.

Opmerkingen.
Soms zijn bij enige ooien kleine horens geconstateerd, zonder benige as. Bij de hedendaagsewaarnemingen mag dit niet gezien worden als rasonzuiverheid.
Tweelinggeboortes zijn zeldzaam.